juli 10, 2018

Dyslexie: “De nieuwe kleren van de keizer”

Het sprookje “De Nieuwe kleren van Keizer”, nog steeds actueel in het taalonderwijs.

Zaterdag 5 maart verscheen in het NRC het artikel Slecht onderwijs: veel dyslexie, van Maarten Huygen. In dit artikel betoogt Huygen dat aan de meeste vormen van dyslexie iets te doen is door veel oefenen. Ook Anna Bosman geeft aan dat de kans dat leerproblemen zich ontwikkelen nihil is als er goed wordt les gegeven. Kees Vernooij gaat nog verder door te stellen dat de meeste leesproblemen toe te schrijven zijn aan de kwaliteit van de instructie. 30 % van de kinderen in groep drie leert niet goed lezen. 6,5% van de kinderen basisschool krijgt extra therapie voor dyslexie. Ook ontkent Anna Bosman tot mijn genoegen, het bestaan van een leesstoornis, bovendien geeft zij aan dat die nergens in de hersenen is aangetoond.

De eerste onthullingen over de huidige werkwijze zijn gedaan, de doctrine verliest de betoverende macht.

Vroeger is veel kennis opgebouwd over het leesonderwijs. De oude methoden hadden goede elementen in zich zoals letternamen,  klinker-medeklinker verbindingen, medeklinker-klinker verbindingen, inslijpen taalregels, tegenstellingen, e.d. en weinig leerlingen hadden problemen met de taal.

In de jaren zestig is onder invloed van het relativisme alles overboord gezet en zijn nieuwe methoden uitgebracht, die de beproefde elementen niet bevatten. Deze gaat uit van globaal woorden. De leerlingen moeten dan al doende ontdekken en leren. De nieuwe methoden worden ingevoerd en niemand mocht nog de oude methode toepassen. De enkeling die constateerde dat het leesonderwijs niet werkt, wordt de mond gesnoerd. De pedagogen verklaren de leesproblemen door het te plaatsen onder een neurologische stoornis en verzekeren zichzelf hiermee een van inkomstenbron.

In het laatste protocol van de het kwaliteits-instituut dyslexie is te lezen dat de best practise is gebleken, dagelijkse oefening van taal. Zij koesteren het probleem en omarmen het binnen hun beroepsgroep.

Op zich is de gedachte dat veel oefenen helpt, niet zo’n opzienbarende gedachte, dat geldt voor alle activiteiten waarbij handelingen moeten worden ingeslepen “Oefening baart kunst”.

De blote werkelijkheid kan niet meer genegeerd worden, nieuwe kleren van de keizer zijn ontmaskerd, nu de derde generatie 25% ongeletterden (laaggeletterden) oplevert, met een zeer zwakke maatschappelijke positie. Het sprookje wordt ontmaskerd en men mag weer spreken over het slecht les geven als oorzaak van de taalzwakte. De docent die trouw uitvoert wat de doctrine dicteert,  zou volgens het artikel een hekel hebben aan oefenen.

De afgelopen jaren wordt de oorzaak van de spellingzwakte/ongeletterdheid gezocht in allerlei factoren, behalve in het leesonderwijs zelf. Toch is daar alle reden voor, want tot de jaren zestig van de vorige eeuw kenden de leerlingen dit probleem niet. Het vreemde bij het leesonderwijs is echter dat iedereen plotseling schijnt te weten dat er geoefend moet worden, maar niemand geeft aan wat en hoe er geoefend moet worden. Ook Jose Schraven heeft als orthopedagoog een methode ontworpen die al wel wat elementen bevat die zouden kunnen helpen mits juist uitgevoerd, zoals oefening, dagelijks inslijpen van de regels , alleen is het jammer dat zij als pedagoog de principes van het leesonderwijs niet kent. Het wordt tijd de taal weer terug te geven aan de taalkundigen. De oudere methodes bieden genoeg aanknopingspunten om goed taalonderwijs weer vorm te geven.  Een goed voorbeeld is de methode abc-taal, die leerlingen met door BIG geregistreerde psychologen “dyslexie” verklaring, door dagelijkse oefening, in ongeveer een jaar, de juiste taalregels opnieuw inslijpt en het taalsysteem blijvend weer in balans brengt.

De huidige methoden gaan uit van veel gegevens die de leerling moet samenbrengen tot een systeem (inductie) wat bij talig aangelegde kinderen vaak ook nog wel lukt, maar leerlingen met een exacte aanleg hebben behoefte aan structuren  (deductie) om de taal de analyseren en te automatiseren. Wanneer de leerling weer beschikt over een geautomatiseerd systeem om te lezen, is het werkgeheugen niet meer overbelast en kan de leerling de inhoud weer opnemen.

Alle schoolvakken gaan via taal, leerlingen die de taal niet beheersen missen de boot, ondanks hun vaak wel aanwezige intelligentie. Zij komen in het voor hen verkeerde onderwijs terecht en de maatschappelijke positie is zwak.

Tijd dus voor de ontmaskering van het sprookje, geef de taalkundigen het onderwijs terug, schoenmaker houd je bij je leest. Alleen dan kunnen we de epidemie van dyslexie indammen.

Saskia Bosch MEd