april 22, 2018

Stop met kinderen te verwarren, Brabants Dagblad 21 april 2018

PREMIUM© copyright Marc Bolsius

Leesniveau omhoog? Stop met het verwarren van kinderen!

Iedereen die nauw bij het onderwijs betrokken is, wist het natuurlijk al lang: het onderwijs glijdt af. Al jaren is dit een terugkerend onderwerp. Twee weken geleden  publiceerde de inspectie hierover een rapport [BD 12 april].

Jorien Koedam Margit Kiewit 23-04-18, 12:15

De oorzaak wordt zoals altijd weer vooral gezocht op het niveau van organisatie: klassengrootte, segregatie, werkdruk, te veel op het bordje, et cetera.

Opvallend is dat er slechts zelden vraagtekens gezet worden bij de fundamentele keuzes die gemaakt zijn voor een bepaald onderwijsaanbod. Onderwijzen we kinderen wel op de meest efficiënte manier? Als het over lezen en spellen gaat, is het antwoord op deze vraag wat betreft Taalkanjer een overduidelijk nee!

Kijk mee wat de keus voor het strikte gebruik van klanknamen voor letters (buh, mmm, ah) met kinderen doet:

Bij de start

Kinderen die al een A-diploma hebben, mogen die eerste letter op school geen a noemen. Het is daar een ‘ah’, zoals in bah en jas. Ze kennen allemaal K3. Maar die letter is op school geen ‘ka’. Daar is het een ‘kuh’.

Zo wordt er geen gebruik gemaakt van wat kinderen op natuurlijke wijze leren. Sterker nog: wat ze spontaan – uit de wereld om zich heen – meekrijgen over letters, mag er op school eigenlijk niet zijn.

Groep 3

In groep 3 gaat het nog een stap verder. De a is dan echt strikt een ‘ah’, ook als jij Arie heet. En daardoor kun je ineens je eigen naam niet meer goed lezen of schrijven. Voor veel kinderen is dat het moment waarop ze voelen: ‘Dit ga ik nooit leren’.

Je kunt dus stellen dat een letter een klanknaam geven, op zijn best verwarrend en op zijn slechtst ronduit misleidend is. Je weet immers pas welke klank er bij een letter hoort, als je hem ziet in een woord. (Denk aan de a in ja en jas en de d in doen en hoed). Maar die boodschap krijgen de beginnende lezertjes niet mee.

Vanaf groep 5

Het meest zichtbaar wordt dit probleem vanaf groep 5: leerlingen die met moeite geautomatiseerd hebben dat één o een ‘oh’ is en dat je voor een o-klank (in zo) twee o’s nodig hebt, loopen vast bij reegels oover de verdubeling en verennkeling, omdat fundamenteel inzicht ontbreekt. Als voor jou één o toch echt een ‘oh’ is, ga je nooit loopen met één o schrijven.

Op dit punt moet de leerlingen dan iets afleren wat zij eerder geleerd hebben. Erasmus gaf al aan dat dat het ergste is wat je een leerling kunt aandoen.

De keus om letters een klanknaam te geven, lijkt nooit meer onderwerp van discussie te zijn. En een alternatief lijkt onbespreekbaar. Maar wat doen we dan met al die leerlingen (20-25 procent) die met het huidige aanbod een D of E-score halen bij de ­CITO’s? Welk passend onderwijs bieden we hun?

Meer van hetzelfde

Kinderen die vastlopen krijgen ­extra begeleiding volgens (verplicht!) weer precies hetzelfde principe. Terwijl de sterke kanten van deze kinderen misschien heel ergens anders liggen. Je gaat toch ook niet – als je met een hamer de schroef niet in de muur krijgt –

alleen maar steeds harder slaan? Ander gereedschap pakken – een schroevendraaier bijvoorbeeld – zou dan veel effectiever zijn. Doorslaan heeft tot gevolg dat je de muur en de schroef beschadigt en dat je schilderij nooit stabiel komt te hangen.

Door kinderen vanaf het begin vertrouwd te maken met het verschil tussen een klank en een letter (en daar passen klanknamen voor letters niet bij), voorkom je veel verwarring. Extra inzicht – met name over wat wij ‘het geheim van de klinker’ noemen – zorgt voor de broodnodige helderheid in je aanbod en legt de fundering voor het voorkomen van problemen met de open en gesloten lettergreep.

Het is toch bizar dat we met z’n allen accepteren dat kinderen in groep 7 en 8 nog met deze spellingsregel worstelen, terwijl ze die al half groep 5 zouden moeten beheersen.

Kom op en doe daar wat aan! Toon ambitie en durf keuzes te maken.

Jorien Koedam uit Goirle en Margit Kiewit uit Den Bosch zijn verbonden aan Taalkanjer waar ouders van kinderen die vastlopen door problemen in taal, kunnen worden gecoacht.